Schaamte en angst zijn mijn metgezellen

Posted on 29 maart 2013

Ik ben een kleutertje en mijn opa is jarig. De kamer zit vol mensen die ik nog nooit heb gezien. Als een bang vogeltje geef ik ze 1 voor 1 een handje. Sommigen zeggen iets tegen mij, anderen praten langs me heen, geven me een zoen, of knijpen zo hard in mijn hand dat het pijn doet. Ik ben bang voor die vreemde mensen. Ze zeggen van alles dat ik niet begrijp en ze ruiken ook nog eens niet fijn. Zodra ik de laatste een handje heb gegeven, ga ik snel onder de eettafel zitten, waar ik vanaf een afstandje naar ze kijk.
Bij de ritmische gymnastiek is er geen tafel waar ik me onder kan verstoppen. Ik wil hier niet zijn, ik wil niet al huppelend en met iets zwaaiend, schuin naar de overkant van de zaal moeten, terwijl iedereen naar me kijkt. De andere kinderen lijken het leuk te vinden. Ik niet, ik ben bang. Ik ben bang om me zo te bewegen.
Net zo goed als dat ik bang ben, dat iemand me hoort als ik tegen m’n beer of pop zit te praten. Daarom durf ik op de kleuterschool ook niet in de poppenhoek te spelen. Maar gelukkig heb ik een juf die mij, dag in dag uit, laat kiezen voor een puzzel of een ander werkje aan tafel. Totdat ze ziek wordt, onze juffrouw Bouman, en er een vervangster komt. Van haar moet ik de poppenhoek in, maar dat wil ik echt niet en, zo klein, verlegen en bang als ik ben, ik ga niet. En dan moet ik voor de klas met m’n gezicht naar de muur staan. De juf vindt mij stout. Heel stilletjes biggelen de dikke tranen over mijn wangen.

Als kind heb je nog geen woorden voor wat je voelt, maar je voelt het wel.
En al herinner ik me heel weinig van mijn jeugd, deze situaties zijn in mijn geheugen, en zelfs in mijn ziel, gegrift.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.